Nieuws

coronavirus – Het quarantaine-dagboek van Victor Campenaerts in de UAE Tour: “Ik voelde mij zoals E.T.”

Vanaf zondag doet hij in Parijs – Nice een gooi naar de gele trui. Maar het zal al vreemd moeten lopen dat die belevenis bloedstollender wordt dan wat Victor Campenaerts de voorbije dagen meemaakte in het coronahotel van de UAE Tour. In dagboekvorm blikt de werelduurrecordhouder van NTT terug op zijn quarantaine in de Emiraten. “Ze maakten ons wijs dat we niet konden ontsnappen en op elke internationale luchthaven geseind stonden.”

Vrijdag 28 februari, 1.00u.

“Vier luide kloppen op de deur van mijn hotelkamer. Een dopingcontrole op dit uur in de nacht? Dat mag toch niet? Ik doe half in slaap de deur open en zie onze ploegdokter staan. Hij zegt dat de koers is afgelast en elke renner de komende uren getest zal worden op het coronavirus. Ik moet mij klaar houden en mag mijn kamer onder geen beding verlaten. Meer info krijgen we niet. Ik blijf nog één uur wakker, maar ben nadien toch gaan slapen.”

Vrijdag 28 februari, 12.00u.

“Alweer geklop op de deur van mijn hotelkamer. Ik doe open, maar zie niemand staan. In de verte hoor ik een hotelbediende weglopen, allicht uit vrees om met mij in contact te komen. Er hangt een papieren lunchzakje aan de deurklink. Smakelijk is het niet: een driehoeksboterham zoals je die vindt in elk Belgisch tank­station. Op zulke momenten is het aanlokkelijk om de minibar te plunderen, maar dat hebben ­alleen de personeelsleden van de ploegen gedaan. Zeker de ­Coronabiertjes waren in trek.”

Vrijdag 28 februari, 14.00u.

“Het is eindelijk mijn beurt. Wanneer ik de zes dokters voor mij zie staan, voel ik mij net zoals E.T. In die film wordt hij onderzocht door een leger dokters in ruimtepakken. Ook nu zijn de dokters van kop tot teen ingepakt en kijken ze mij aan alsof ik een buitenaards wezen ben. En dat ­allemaal om enkele seconden een simpel wattenstaafje in mijn neus te steken.”

Vrijdag 28 februari, 16.00u.

“De weinige informatie die we krijgen, is tegenstrijdig. Eerst ­mogen we onze kamers weer verlaten en rondlopen in het hotel. Een half uur later wordt gemeld dat er twee Italiaanse verzorgers positief hebben getest en iedereen op zijn eigen hotelkamer moet blijven. Later bleek dat die twee zogezegd besmette ver­zorgers gewoon ziek waren, maar om geen gezichtsverlies te lijden deed de lokale overheid alsof het een staatszaak was.”

“Een ramp is de quarantaine op de hotelkamer niet. Ik heb de ­gewoonte om in een ritten­wedstrijd mijn tijdritfiets op de hotelkamer te houden, zodat ik voor de koers een halfuurtje op de rollen kan rijden. Ik ben de enige die kan fietsen, want de fietsen van de andere renners staan in de garage van het hotel en dat is een coronavirusvrije zone. Jasper De Buyst is nog komen vragen of hij even op mijn fiets mocht trainen. Goed geprobeerd, maar van mijn tijdritfiets blijven ze af. Ik zou niet willen dat ze aan mijn zadel­hoogte prutsen.”

Zaterdag 29 februari, 10.00u.

“Goed nieuws. We krijgen de melding dat de renners die ­negatief hebben getest, snel een certificaat van de lokale overheid krijgen waarmee ze vanaf dinsdag kunnen terugvliegen naar hun land van herkomst. Er wordt ook gezegd dat we niet moeten proberen al vroeger uit het hotel te ontsnappen, want we staan ­allemaal geseind op elke inter­nationale luchthaven. Voor lange verplaatsingen vlieg ik altijd in businessclass. Ik laat aan mijn moeder weten dat ze een vlucht mag boeken voor dinsdag­ochtend. Zelf bellen naar luchtvaart­maatschappijen zit er niet in. Een minuut bellen in de ­Emiraten kost 14 euro.”

Zaterdag 29 februari, 12.00u.

“Omdat er al twee ploegmaats hun pols hadden gebroken, zitten de renners van NTT allemaal ­alleen op de kamer. Me echt ­vervelen doe ik niet. We zitten in een poep­chique hotel. Onze kamer lijkt wel een balzaal. Eten mogen we ­intussen weer allemaal samen in het hotel, maar daarnaast ­moeten we op onze hotelkamer blijven. Toch kruipen alle renners en ploegleiders bij elkaar om de Omloop Het Nieuwsblad te ­volgen.”

Zaterdag 29 februari, 20.00u.

“Nog altijd geen certificaat ­gekregen. We krijgen te horen dat de maatregelen worden verscherpt. Het is onduidelijk wanneer we het land mogen verlaten. Paniek is er nooit, maar vooral de onduidelijkheid is lastig. We ­halen onze informatie vooral van de nieuws­websites in België.”

Zondag 1 maart, 8.00u.

“Ik vloek. Blijkbaar hebben er ­zaterdagavond zo’n vijftig renners als een dief in de nacht het hotel verlaten. Van het certificaat is nochtans nog altijd geen ­sprake. Wel hebben we een Excel-bestandje ontvangen met daarop ­onze naam en het woord ­negative. Ik laat mijn moeder weten dat ze mijn vlucht moet proberen te ­herboeken naar maandag­ochtend. Het lukt – nog een voordeel van vliegen in businessclass. Ik maak snel mijn valies en vlucht het hotel uit richting luchthaven. Het is nog meer dan dertien uur wachten op mijn vlucht, maar ­alles is beter dan onwetend in een hotel zitten wachten op nieuws dat niet komt.”

Maandag 2 maart, 10.00u.

“Ik land op Zaventem. Als ik in de aankomsthal kom, zie ik een ­onbekende kerel staan met een bordje waarop Victor Campenaerts staat. Shit, ik heb het aan mijn pan. Ze gaan mij hier in ­quarantaine ­willen houden op de luchthaven. Ik probeer de man te ontwijken, maar omdat ik mijn fiets bij heb, herkent hij mij. Mijn vrees is ongegrond. De man in kwestie werkt voor Volks­gezondheid, maar houdt geen kruis­verhoor. Hij vraagt alleen of ik een goeie hotelkamer had en of ik in groep had gegeten. Na twee ­minuten mag ik weg. Het ­avontuur zit erop.”

Dinsdag 3 maart, 16.00u.

“Nu ik op de voorbije dagen ­terugkijk, zie ik het hele verhaal als een verrijking in mijn leven. Er heerste een speciale sfeer in het ­hotel. Elke renner klaagde wel, maar eigenlijk was daar weinig ­reden toe. Het was zo’n groot ­hotel dat we ruimte genoeg ­hadden om rond te lopen. We hebben ook maar twee keer zo’n driehoeksboterham moeten eten. Ook conditioneel ben ik niets ­verloren. Misschien kon die extra rust geen kwaad met het oog op Parijs – Nice van volgende week. Ik hoop in de eerste ritten geen tijd te verliezen zodat ik woensdag na de tijdrit de gele trui kan pakken. En sowieso heb ik een goed verhaal dat Fanny en ik later aan onze kleinkinderen kunnen vertellen… Opa heeft zich ooit in een hotel als E.T. gevoeld. Of zou die film tegen dan passé zijn?”

 

Leave a Reply